Kimba

Onze Kimba

Geboren: 24-04-2006

 

 

 

 

 

 

 

 

Historie
De Hongaarse steppen vormen de bakermat van de Komondor, een ras waarvan verondersteld wordt dat zijn ontstaansgeschiedenis teruggaat. Het tot voor onze jaartelling. Het geschiedde in die tijd dat hele volkeren zich verplaatsten vanuit Azië in westelijke richting tot aan Centraal Europa. Een van die trekkende nomadenstammen was die van de Magyaren. Tijdens hun lange tocht voerden zij kudden vee met zich mee en natuurlijk ook de nodige honden om de kudden te beschermen tegen wolven en beren. Tegen het einde van de negende eeuw vestigde de Magyaren zich definitief in het gebied rondom de Donau. Omdat zij nu een vaste verblijfplaats hadden konden de voormalige nomaden zich gaan bezighouden met het bebouwen van het land. Toch beleven de kudden vee in een belangrijk deel van hun behoeften voorzien: de runderen als voedselbron, de paarden als transportmiddel op de uitgestrekte poesta. Ook de taken van de honden bleven vrijwel ongewijzigd. Nog steeds verdedigden zij kudden vee tegen grote roofdieren, maar nu ook tegen menselijke rovers. Aangenomen wordt dat de honden die de Magyaren met zich meebrachten de stamvaders van de vijf Hongaarse herdershondenrassen zijn. Door kruisingen en min of meer gericht fokken ontstonden de Komondor, de Kuvasz, de Pumi, de Puli en de Mudi. De kleinere rassen werden waarschijnlijk gebruikt als drijvers en begeleiders van het vee, de grotere zoals de Kuvasz en de Komondor namen de beveiliging voor hun rekening. Natuurlijk was er in die vervlogen tijden nog niet echt sprake van aparte rassen. Honden werden gewoon geselecteerd op de kwaliteiten die nodig waren voor het werk dat ze moesten verrichten. Pas in 1544 wordt de Komondor met name genoemd in een boek met de titel ‘De geschiedenis van koning Astiagis’, geschreven door Peter Kanoyi. De eerste afbeelding van een Komondor is terug te vinden als een gravure in een 19e eeuws boek van Ferenc Pethe. Eeuwenlang verrichtte de Komondor zijn noodzakelijke taken, vaak onder barre omstandigheden en vrijwel altijd zonder de aanwezigheid van een herder om hem instructies te geven. Daardoor ontwikkelde de Komondor zich tot een uitermate zelfstandige, wantrouwende en besluitvaardige hond. Hij moest wel, hij stond er immers alleen voor en zijn tegenstanders waren zonder uitzondering snel en gevaarlijk. Maar tijden veranderen en naarmate de landbouw zich meer en meer uitbreidde, werden de kudden vee steeds zeldzamer. Het vee dat overbleef had niet meer zo’n behoefte aan bewaking omdat ook de roofdieren sterk in aantal afnamen. De Komondor werd overbodig en na de Eerste Wereldoorlog was deze hond in zijn eigen land dan ook tot een zeldzaamheid gereduceerd. Dr. Emil Rajsits trok zich het lot van het ras aan en middels de kynologische fokkerij werd het ras nieuw leven ingeblazen. Dat leidde tot het opstellen van de eerste rasstandaard voor de Komondor in 1920. De opzet slaagde en zo’n vijftien jaar later waren er al rond de duizend geregistreerde Komondors in Hongarije.Ongeveer in dezelfde tijd raakten enkele mensen in Duitsland en de Verenigde Staten geïnteresseerd in het ras en vonden de eerste exporten plaats. De Komondor leek behouden voor de toekomst maar ene volgende slag stond reeds op stapel: de Tweede Wereldoorlog brak uit en dat kostte een groot aantal Komondors het leven. Niet alleen door honger en armoede, maar ook doordat ze ingezet werden om militaire installaties te bewaken en tijdens het uitoefenen van hun ‘militaire dienst’ werden gedood. Opnieuw werd het ras met uitsterven bedreigd. Enkele toegewijde fokkers spoorden de overgebleven exemplaren op en voorzichtig trachtte men het bestand weer op te bouwen. De pogingen werden nog eens bemoeilijkt door het inmiddels opgetrokken IJzeren Gordijn. Toch lukte het en in 1960 was het aantal Komondors dermate op peil dat er een nieuwe rasstandaard werd gepresenteerd aan de F.C.I. Nog steeds in de Komondor een zeldzaam ras. Er zijn er waarschijnlijk nog geen tienduizend wereldwijd en de Verenigde Staten. Maar hoewel de meeste mensen waarschijnlijk nog nooit een Komondor in levenden lijve hebben gezien, leeft er ook in Nederland en België een bescheiden groepje Komondors.

Onze beestjes